Een Laatste Duik in Kees’ Muziekgeschiedenis of Toch Niet: deel 2.5 plus Tokyo

We zijn aangekomen bij nog een klein staartje muziek dat hoort bij onze duik in de muziekgeschiedenis van Kees. Ik zeg een klein staartje omdat tijdens ons interview Kees en ik al snel afgeleid raken door een ander pareltje uit het archief. Zo zie je maar dat ook interviews onderhevig zijn aan de regels van het leven: je hebt nog maar amper verwerkt wat er net is gebeurd of iets anders tofs slaat je alweer om de oren en eist al je aandacht op. Laten we dergelijke gebeurtenissen vooral niet betreuren; volgens mij zijn het precies deze die ook Kees’ geschiedenis hebben bepaald en haar zo intrigerend maken. Ze produceren die typische extase voortkomend uit het gevoel dat je deel bent van iets dat groter is dan jij; dat je binnenlaat en toestaat eraan mee te doen om het dat kleine beetje mooier te maken. Socioloog Hartmut Rosa zou een dergelijk fenomeen beschrijven door zich te beroepen op de term ‘resonantie’, Kees de Groot zou 100 speakers op het hoogste volume zetten en het gevoel rechtstreeks je botten in blazen. Hoe dan ook, lees verder voor nog één laatste blik op Kees’ muziekgeschiedenis om daarna samen met een zielig robotje ontvoerd te worden naar Tokyo.

Pagina uit Kreis-magazine uit de tijd van Kees' punknachten in Hengelo

Lars: Dus Kees, jij stapte in rap tempo over van gitaren, naar drumcomputers, naar het bouwen van experimentele installaties geïnspireerd door hiphop. Hoe belandde jij in al deze uiteenlopende genres?

Kees: Hoe uiteenlopend die genres ook lijken in hun sound, ze waren altijd te horen op de plekken waar ik me bevond. Punk is natuurlijk net als gabber een marginaal genre als het gaat om de mensen van die cultuur. Punkers en gabbers zijn gemarginaliseerde groepen die elkaar opzoeken in hun subculturen. Ze vieren samen hun feesten vieren en maken dus samen hun muziek. Zelfs hun danspasjes hebben eigen kwaliteiten. De punkers kwamen met de moshpit, waar ik zelf ook maar al te vaak in te vinden was als jonge punker. Ik heb daar veel blauwe plekken gekregen en uitgedeeld. De gabbers hadden op hun beurt die typische gabberdansjes. Deze zijn in Rotterdam ontstaan en zijn nog steeds te zien op dansvloeren over de hele wereld. Wat hen én mij verbindt is een aversie tegen de gevestigde orde en daarmee de ontwikkeling van een geheel eigen levensstijl. We hebben het hier dus niet over enkel alternatieve muziek, maar iets wat nog veel meer met zich meebrengt: andere kleding, een andere politieke oriëntatie en zelfs een andere invulling van de alledag. Toegegeven, vooral een alledag bestaande uit veel rondhangen, rellen en bier zuipen. Wat punk en gabber tegen elkaar afzet - en zelfs een wederzijdse vijandigheid creëert - is het verschil in politieke ideologie. Punk wordt geassocieerd met extreemlinks terwijl gabber wordt geassocieerd met extreemrechts. Gabbers hebben natuurlijk een zekere reputatie, ook als bijvoorbeeld hooligans op de tribune van Feyenoord. Links op haar beurt kan er ook wat van. Denk nog maar eens aan de Bader-Mainhoff groep van de jaren 70…

‘’De punkers hadden de moshpit, waar ik zelf ook maar al te vaak in te vinden was als jonge punker. Ik heb daar veel blauwe plekken gekregen en uitgedeeld. De gabbers hadden op hun beurt die typische gabberdansjes. Deze zijn in Rotterdam ontstaan en zijn nog steeds te zien op dansvloeren over de hele wereld.’’

Lars: [distracted by a picture of a robot in a wooden box.] Hey Kees, what am I looking at here? Is this that weird thing that was shipped to Tokyo?  

Lars: [afgeleid door een foto van een robot ingebouwd in een houten kist] Zeg Kees, waar kijk ik naar? Was dit dat gekke ding dat naar Tokyo is verscheept? Kees: Jazeker, die was deel van een project van Sjarel Ex. In de jaren 80 was hij een jonge curator op zoek naar de radicale vernieuwing van kunstbeleving. Denk maar terug aan de manifestatie in Amsterdam op al die kunsthistorische locaties, waar wij jonge honden werden uitgedaagd om volledig tegen de historische significantie van die plaatsen in te gaan. Opeens zweefden er meteorieten in de Koninklijke Wachtkamer van Wilhelmina. Een ander mooi voorbeeld is het reuzenrad van echte auto’s dat in 1999 in Utrecht stond. Dit reuzenrad was deel van Ex’ manifestatie Panorama 2000 waarbij 24 kunstwerken op openbare plekken in de stad werden geplaatst.

‘’Zo ontstond een narratief dat de suggestie deed van een ontvoering. Dit aandoenlijke schepseltje werd zonder te weten waarom de hele wereld over gesleept om door mensen bekeken te worden. Ik hoop dat het publiek er net zo om heeft kunnen lachen als ik.’’

De expositie die je nu op de foto ziet was ook weer een geheel origineel kunstconcept. Ex organiseerde deze vanuit Centraal Museum Utrecht. Alle kunstwerken die deel waren van deze expositie moesten draagbaar zijn omdat ze van Utrecht, naar Tokyo, naar Kyoto gingen. Een stuk of 20 kunstenaars kreeg dus een kist van 2 bij 2 meter netjes voor de deur aangeleverd om op eigen manier om te toveren tot kunstwerk. Tussen deze kunstenaars zaten onder andere J.C.J. Van der Heyden, Wim T. Schippers, fotograaf Gerald van der Kaap, lichtkunstenaar Giny Vos en Alexander Chabracq, de ontwerper van het straatmeubilair dat tot 2013 was te vinden op het Damrak. De kisten werden eerst verzameld in Utrecht – die van mij moest vanuit Hengelo worden overgebracht – en gingen toen twee maanden het schip naar Tokyo op. Ik kon het niet laten deze opdracht wat lichter op te nemen, het ging hier immers om het vullen van een houten kistje. Ik heb die kist dus bekleed met een viezige rode kleur en deze omgeven van een netconstructie met mysterieuze, hiërogliefachtige weefpatronen. Daar heb ik een ondeugende, koddig-uitziende alien in gestopt. Zo ontstond een narratief dat de suggestie deed van een ontvoering. Dit aandoenlijke schepseltje werd zonder te weten waarom de hele wereld over gesleept om door mensen bekeken te worden. Ik hoop dat het publiek er net zo om heeft kunnen lachen als ik. Tokyo was net als Amerika een buitenkansje om weer eens uit de bocht te vliegen. In Tokyo werden wij ontvangen in een superluxe hotel en reisden we per hogesnelheidstrein naar Kyoto. Wanneer we de tijd hadden trokken we het centrum in om Japans bier te drinken en de meest typische barren op te zoeken. Natuurlijk bevonden we ons veel in de shitimachi, letterlijk de ‘’lage stad’’ waar het bier het goedkoopst was en je vaak tussen de meest uiteenlopende types stond. Op een gegeven moment gingen we met de gehele groep inclusief Sjarel op een mini-rondreis door Japan per hogesnelheidstrein. Ik weet niet meer hoe maar we kwamen op het platteland terecht in een hotel zoals de Japanse traditie die voorschreef. Dit betekende ten eerste dat het meubilair zich allemaal op grondniveau bevond en dat de inrichting van geweldige, minimalistische klasse was, maar – veel leuker – dat er uitgebreide sauna- en badvoorzieningen waren. Sjarel en ik hebben daar een hele avond naakt in die baden lopen rondspringen.

Pagina uit Kreis-magazine uit de tijd van Kees' punknachten in Hengelo

That was all for music and Tokyo. What follows is the end of an era, namely the end of  a time characterized by old-fashioned things such as geographical limits, carrying heavy VHS-tapes to every f*cking show, and even materiality in general. In 1995 the digital world of the internet opens up also to the artists, and suddenly every corner of the planet could] come into view within a second. Pictures are replaced by avatars, and random strangers can be encountered as mere text on the new invention of the online forum. Brace yourselves for internet art and what come to be known as the VJ!

nl_NLDutch